Antwerps Spinnenonderzoeksproject
Home  |  Nieuws  |  Info & Resultaten  |  Sponsors  |  Contact  |  Links  |     

 

"Huisspinnen"

 

Hieronder zie je enkele typische "synantrope" spinnen. Dat zijn spinnen die in onze streken meestal in de omgeving van mensen leven. De term "Huisspinnen" kan verwarrend zijn, omdat naast de algemene interpretatie van "spinnen die in huis leven", met deze term ook specifiek de spinnen van het geslacht "Tegenaria" worden aangeduid. In onderstaande galerij gaat het alleen om spinnen die veelal in en aan huis worden gevonden. Vanaf het moment dat men enkele meters van het huis wegstapt en tussen de planten van de tuin kijkt, ontmoet men al andere spinnensoorten. De galerij geeft een eerste idee van welke spinnensoorten er zoal in en aan huis leven. Hou er altijd rekening mee dat je bijna nooit de naam van een spin met zekerheid kan bepalen aan de hand van een foto. Het exact determineren van spinnen is specialistenwerk en gebeurt met wetenschappelijke literatuur op basis van de geslachtsdelen van de spin. De lengtes in mm die bij de tekstjes worden gegeven duiden de afstand aan van de voorkant van de kop tot het puntje van het achterlijf (dus houden geen rekening met de lengte van de poten).

Met dank aan A. Verbruggen, B. Goethals en R. Louvigny voor het ter beschikking stellen van de foto's.

Klik op de afbeelding om een grotere foto te zien. Klik op de naam om naar de bijhorende tekst te springen.

Grote spinnen (ong. 1 cm en groter)

Muurkaardespin
Amaurobius similis
Grote Kaardespin
Amaurobius ferox
Muurzesoog
Segestria bavarica
 
Gewone Huisspin
Tegenaria atrica
Grote Huisspin
Tegenaria parietina
Grijze Huisspin
Tegenaria domestica
 
Grote Trilspin
Pholcus phalangioides
Huismuursluiper
Scotophaeus scutulatus
Platte Wielwebspin
Nuctenea umbratica

Kleine spinnen (ong. 5 mm)

Getijgerde Lijmspuiter
Scytodes thoracica
Huiszebraspin
Salticus scenicus
Harige Springspin
Sitticus pubescens
 
Huissteatoda
Steatoda triangulosa
Koffieboonspin
Steatoda bipunctata
Grote Steatoda
Steatoda grossa
 
Broeikasspin
Achaearanea tepidariorum
Venstersectorspin
Zygiella x-notata

Kleinste spinnen (kleiner dan 5 mm)

Huiswevertje
Lepthyphantes leprosus
Huisspringspin
Pseudeuophrys lanigera
Muurkogelspin
Theridion melanurum

Muurkaardespin Amaurobius similis) 6-12mm
Kaardespinnen produceren een speciaal soort draad in hun web. Op hun achterpoten bevinden zich namelijk een soort "kammetjes" waarmee ze hun draden fijnkammen. Hierdoor krijgen die een wollige structuur waarin insecten heel goed verward raken en dus vastlopen. Zelfs onze grootste en sterkste insecten zijn niet bestand tegen een stevig web met "versgekaarde" spinnendraad van een volwassen Muurkaardespin of van de Grote Kaardespin (zie hierachter). We treffen de Muurkaardespin vaak aan tegen buitenmuren, aan afdaken, tussen allerlei afval in de tuin of ook wel regelmatig in de klimop tegen het huis.

Grote Kaardespin (Amaurobius ferox), 8-15mm
De Grote Kaardespin is van de Muurkaardespin te onderscheiden door haar andere rugtekening. Ze is doorgaans ook wat groter en heeft vaak een blauwige schijn. De Grote Kaardespin heeft een voorkeur voor meer donkere, vochtige plekjes, vaak ook dichter tegen de grond dan de woonplaats van de Muurkaardespin. In allerlei types van vochtige putten (waterputten, beerputten,...) tref je ze bijna altijd aan.

Muurzesoog (Segestria bavarica), 9-13mm
Zoals de naam zegt is dit een typische bewoner van (buiten)muren, waar ze in holletjes en spleetjes een woonbuis van spinsel weeft. Die mondt uit in de buitenopening en daar lopen de zogenaamde "struikeldraden" radiaal naar buiten. Struikeldraden zijn niet-kleverige draden die enkel aan de spin in haar woonbuis signaleren dat er een insect over loopt. Als de spin die trilling voelt, schiet ze vliegensvlug naar buiten en grijpt de prooi klemvast met haar gifkaken. Ze injecteert haar gif en probeert de prooi zo snel mogelijk in haar hol te trekken. Ze leeft dus veelal van kruipende ongewervelden.

Getijgerde Lijmspuiter (Scytodes thoracica), 3-6mm
Dit fraaie spinnetje is de enige inheemse soort die haar prooi vangt door er vanop afstand twee giftige lijmstralen over te spuwen, waardoor die vastkleeft. Het is een typische bewoner van onze huizen waar ze niet zelden afrekent met steekmuggen die zich in onze slaapkamer ophouden. Je kan ze soms vinden door 's nachts onverwacht het licht aan te steken en dan de muren te controleren. Daarop patrouilleert ze namelijk, traag lopend, want ze weeft geen web, maar gaat actief op jacht.

Grote Trilspin (Pholcus phalangioides), 7-10mm
De Grote Trilspin is één van onze algemeenste "Huisspinnen". Je vindt ze niet zelden aan toiletten, in garages en bijna altijd in de kelder, waar ze vaak haar web weeft tegen het plafond. Op het eerste gezicht lijkt ze een beetje op de bekende Hooiwagens, maar Hooiwagens zijn geen echte spinnen. Hun lichaam bestaat uit één deel en niet uit twee zoals dat van spinnen en ze kunnen ook geen spinnendraad produceren. Als je dus zo'n relatief kleine spin met heel lange, dunne poten in een web ziet zitten, dan is dat bijna altijd de Grote Trilspin. Ondanks haar fijne, warrige web, is het een uiterst efficiënt roofdier dat vaak grote prooien vangt, zoals de Gewone en Grote Huisspin (zie verder). Trilspinnen danken hun naam aan het feit dat ze bij verstoring beginnen te trillen in hun web. Op die manier proberen ze een moeilijker doelwit te zijn voor eventuele aanvallers.

Huismuursluiper (Scotophaeus scutulatus), 7-16mm
Dit is een typisch nachtelijke jager in onze huizen. Overdag verbergt ze zich meestal in een spinsel tussen spleten in en aan huis. De spin wordt ook wel aangetroffen tussen afval of onder boomschors in tuinen. Ze maakt geen web en is een geduchte jager die ook grotere prooien aandurft. Haar achterlijf is dicht kort behaard, wat haar een fluwelen glans geeft.

Huisspringspin (Pseudeuophrys lanigera), 3,5-5mm
Is één van de drie springspinsoorten die we regelmatig in en aan huis aantreffen. Van deze drie soorten is de Huisspringspin degene die het vaakst binnen wordt gevonden. Springspinnen maken geen web om hun prooi te vangen, maar hebben goede ogen waardoor ze een potentiële prooi van enige afstand kunnen "spotten". Vanaf dan komt ze behoedzaam dichterbij en als de afstand en het moment goed zijn, bespringt ze de prooi. Onmiddellijk dient ze de gifbeet toe. Bij het springen houden springspinnen altijd een veiligheidsdraad achteraan hun lichaam voor het geval ze vallen en om niet weg te vliegen met vliegende prooien.

Huiszebraspin (Salticus scenicus), 5-7mm
Heeft een onmiskenbare tekening. In België komen nog twee andere soorten zebraspinnen voor, maar meestal niet op onze huismuren. Daar zien we de Huiszebraspin vaak actief op zoek naar prooi of naar een partner wanneer de zon schijnt. Voor de paring voert het mannetje een soort dans uit om het vrouwtje duidelijk te maken dat hij een potentiële partner van dezelfde soort is. De Huiszebraspin was "Spin van het Jaar" in 2005.

Harige Springspin (Sitticus pubescens), 4-5mm
Vinden we bijna altijd aan de buitenkant van het huis of binnen hoogstens in de buurt van het raam. Dit spinnetje is uiterst goed gecamoufleerd op beton of cement. Vermoedelijk bestond haar oorspronkelijke natuurlijke biotoop uit rotsen. Dit is een echte warmteminnende spin die dus het actiefst is wanneer ze in de zon kan rondlopen.

Gewone Huisspin (Tegenaria atrica), 10-16mm
Dit is, samen met de Grote Huisspin bij ons waarschijnlijk de minst geliefde spinnensoort. Dat komt omdat het gaat om grote spinnen, die we bovendien vaak onverwacht aantreffen bvb. in de badkuip. In huizen is de meest geliefde plaats meestal de garage of de kelder, waar ze relatief ongestoord kunnen leven en hun webben kunnen weven. Dat zijn "matachtige" constructies die niet uit kleverige draad bestaan. Wanneer een prooi in het web valt of loopt, zal de huisspin meestal vliegensvlug toesnellen en direct één of enkele keren bijten en de prooi dan naar haar trechtervormige schuilplaats slepen.

Grote Huisspin (Tegenaria parietina), 10-20mm
In de herfst worden vele mannetjes van de huisspinsoorten volwassen en verlaten dan hun web om op zoek te gaan naar een vrouwtje. Zij gaan hierbij af op feromonen (lokstoffen) die het vrouwtje afscheidt. Tijdens deze nachtelijke zwerftochten belandt het mannetje wel eens in de badkuip en kan daar omwille van de gladde wanden niet meer uit. We vinden hem dan 's morgens en schrikken dan vaak van die "bruine spin met lange, behaarde poten". Het klopt dus niet dat die spinnen daar belanden via de afvoer. In tegenstelling tot de meeste inheemse spinnen, duurt het bij de Grote Huisspin ettelijke jaren voor ze volwassen is. Dat is mogelijk omdat ze verschillende winters kan overleven door op relatief beschutte en warme plaatsen te leven.

Grijze Huisspin (Tegenaria domestica), 6-10mm
Is het kleinste broertje van de drie getoonde Huisspinsoorten. Ze heeft van zichzelf al een valer kleurtje dan de Gewone Huisspin en vaak is ze ook nog eens bedekt met een laagje stof. Haar poten zijn relatief korter dan die van de Gewone en de Grote Huisspin.

Broeikasspin (Achaearanea tepidariorum), 3-7mm
Is zowat onze grootste Kogelspinsoort. Kogelspinnen danken hun naam aan hun achterlijf, dat vaak een "kogelronde" vorm heeft. Ze weven een web waar een ingenieus "galgsysteem" is ingebouwd: een aantal draden wordt vastgemaakt en strak opgespannen tegen de grond of muur. Onderaan die draden bevindt zich kleefstof. Wanneer nu een insect tegen zo'n draad loopt, blijft het vastkleven en probeert zich los te wrikken. Hierdoor komt de draad los van de grond en schiet met het insect omhoog waardoor dit hulpeloos in de lucht bengelt. De spin kan nu makkelijker de prooi in spinsel wikkelen en dan een gifbeet toedienen.

Huissteatoda (Steatoda triangulosa), 3,5-5,2mm
Ook de hier getoonde Steatoda-soorten behoren tot de familie van de kogelspinnen. De Huissteatoda heeft een karakteristieke tekening waarin meestal duidelijke driehoeken zijn te zien. Deze soort verkiest doorgaans iets drogere plaatsen dan de volgende twee soorten, waardoor ze bijvoorbeeld ook te vinden is op stoffige zolders.

Koffieboonspin (Steatoda bipunctata), 4-7mm
Is de algemeenste van de drie synatrope Steatoda-soorten. Zij heeft haar nederlandse naam niet gestolen, want haar glanzende donkerbruine achterlijf doet inderdaad denken aan een koffieboon. Wordt ook vaak aan de buitenkant van huizen of in tuinhuisjes aangetroffen.

Grote Steatoda (Steatoda grossa), 4-10mm
Van de Grote Steatoda weten we vrij zeker dat het een ingevoerde spinnensoort is. In 1978 wordt ze voor het eerst van België gemeld. Ze duikt vooral in steden op en van Antwerpen weten we dat ze er zeer algemeen is (Antwerpse verspreidingskaart). We kunnen gerust stellen dat ze tegenwoordig zo goed als in elke Antwerpse kelder voorkomt, maar eigenlijk wordt ze er op ongeveer elke beschutte plaats aangetroffen. Het gif van de Grote Steatoda is krachtig, maar de spin is niet gevaarlijk voor de mens om drie belangrijke redenen: ze is niet agressief, ze zit zowat haar hele leven in haar web (dus we worden er bijna nooit mee geconfronteerd) en enkel de volwassen vrouwtjes slagen er maar onder ideale omstandigheden in om door de menselijke huid te kunnen bijten. Haar sterke gif stelt haar in staat om taaie insecten te doden en dat kan ons wel eens van pas komen in de strijd tegen ingevoerde "plaaginsecten".

Muurkogelspin (Theridion melanurum), 2,25-3,75mm Zoals de naam het zegt, is dit een typische muurbewoner. We vinden de soort vaak in hoekjes of onder richels, waar ze haar relatief kleine web weeft. Ze eet allerlei klein grut, maar meestal bestaat haar hoofdmenu uit mieren. Geen zeldzame spin.

Venstersectorspin (Zygiella x-notata), 3,5-7mm
Is heel vaak te vinden aan de buitenkant van vensters. Door haar wielweb voor een venster te weven, vangt ze veel vliegende insecten die ofwel de illusie hebben dat er een gat zit waar zich het venster bevindt, of die 's avonds afkomen op het licht dat vaak achter die vensters brandt. Haar aanpassing aan menselijke bebouwing heeft haar tot één van de meest succesvolle spinnen van onze streken gemaakt. De naam "sectorspin" duidt op het feit dat haar ronde radweb altijd een sector mist, waar dus geen spiraaldraad is geweven.

Platte Wielwebspin (Nuctenea umbratica), 8-14mm
Wordt naast aan boomstammen, ook vaak aan huizen gevonden. Door haar platte achterlijf kan ze zich perfect tussen smalle spleten wurmen. Daar wacht ze geduldig af tot er een prooi in haar wielweb vliegt. Het is een echte nachtspin, die overdag heel schuw is en het dan soms zelfs vertikt om een in haar web verstrikte prooi te gaan vangen. Ze vangt vaak nachtvlinders in haar web.

Huiswevertje (Lepthyphantes leprosus), 2,5-4mm
Is zowat de enige vertegenwoordiger van de grote familie van de Hangmatspinnen, die we vaak in huis aantreffen. Hangmatspinnen weven een matachtig web waar ze onder hangen. Ze lopen dus ondersteboven aan hun web. Als er een prooi op het matweb valt, loopt de spin tot onder de prooi en bijt dan -door haar web- in de prooi om het gif te injecteren. Veel soorten Hangmatspinnen zijn heel klein. Het Huiswevertje verkiest veelal donkere, vochtige plaatsen dus de kelder is een favoriete woonplek. Ook in berghokken en tussen afval in de tuin wordt ze veelvuldig aangetroffen. Op de verspreidingskaart zie je dat het één van de meest aangetroffen spinnen in Antwerpen is.

 

 

 

(c) SST