Antwerps Spinnenonderzoeksproject
Home  |  Nieuws  |  Info & Resultaten  |  Sponsors  |  Contact  |  Links  |     

 

Het Antwerps Spinnenonderzoeksproject (ASOP)

Verrassende vaststellingen dienen ecologisch beheer van stadsgroen

 

Tussen september 2004 en oktober 2005 werd in Antwerpen de eerste fase uitgevoerd van een onderzoek naar de spinnenfauna van de binnenstad. In die eerste fase werd het binnenstadsgebied tussen leien en Schelde onderzocht. Het onderzoek trok internationaal de aandacht van pers en wetenschappelijke wereld. De resultaten zijn dan ook verrassend op meer dan één vlak.

 

Uniek onderzoek

Spinnen zijn van cruciaal belang voor het indijken van populatie-explosies bij allerlei ongewervelden. In dichtbevolkte gebieden als binnensteden is hun belang voor de mens zo mogelijk nog groter dan elders. Toch is er tot nu toe bijzonder weinig onderzoek gedaan naar de spinnenfauna van sterk verstedelijkt gebied. Hier en daar onderzocht men al segmenten van de stedelijke habitat, zoals rioolsystemen of braakliggende terreinen. Anderzijds deed men onderzoek naar grootstedelijke gebieden met dus ook de grote groene randen rond vele steden. Het onderzoek in Antwerpen werpt echter voor het eerst een duidelijker licht op de soortensamenstelling van een typische stedelijke spinnenbevolking. Wat werd al ontdekt?

 

Verrassend veel soorten in de stad

Er werden 108 verschillende spinnensoorten in de Antwerpse binnenstad aangetroffen. Dat is ongeveer het dubbele van wat op basis van gespecialiseerde literatuur werd verwacht. Aangezien de Belgische spinnenfauna (één van de best onderzochte ter wereld) ongeveer 700 soorten telt, is dus meer dan 1/7 vertegenwoordigd op de kleine oppervlakte (5,3 km2) in het centrum van Antwerpen.
Tien soorten figureren op de Rode Lijst van zeldzame of bedreigde spinnen in Vlaanderen.
Er werd één nieuwe soort voor België (Clubiona leucaspis of de Witrugzakspin) aangetroffen onder schors van een Linde op het Steenplein bij de Schelde. Het gaat om een zuiderse soort die de laatste jaren steeds vaker noordelijker wordt gevonden.

 

Top 7 van algemeenste stadssoorten

Op de lijst van zeven algemeenste spinnensoorten in de binnenstad, staat de Grote Huisspin (Tegenaria parietina) met stip op één. De soort werd werkelijk overal aangetroffen. Toch is dit onverwacht omdat deze huisspin in buurlanden als Nederland en Duitsland niet algemeen wordt gevonden. Verwacht werd dat de Gewone Huisspin (T. atrica) of de Grijze Huisspin (T. domestica) algemener waren geweest. Ook bijzonder is het voorkomen van de Grote Steatoda (Steatoda grossa) op de lijst van algemeenste Antwerpse spinnen. Dit is een exotische kogelspin (enigszins verwant met de beruchte Zwarte Weduwe) die pas in 1978 als nieuw voor België wordt gemeld. De spin is in Antwerpen volledig ingeburgerd, vermoedelijk ten koste van verwante soorten als de Koffieboonspin (Steatoda bipunctata) en de Huissteatoda (Steatoda triangulosa) die duidelijk veel minder in het gebied voorkomen.

 

Interessante vondsten

Op het vlak van spinnenecologie was vooral de vaststelling opmerkelijk dat nogal wat spinnensoorten voldoende hebben aan een minieme oppervlakte geschikte habitat om te kunnen overleven. We vonden een aantal soorten die we helemaal niet verwacht hadden in binnenstedelijke tuinen of tuintjes. We dachten deze soorten uitsluitend te vinden in een meer "natuurlijke" biotoop, met grotere "groenoppervlakten" of alleszins met grotere oppervlakten van geschikte habitat. Soorten als de Groene Krabspin (Diaea dorsata), de Eikenspringspin (Ballus chalybeius) en de Kleine Boskogelspin (Paidiscura pallens) werden alle met meerdere exemplaren op verschillende plaatsen in de binnenstad aangetroffen. In de genoemde gevallen ging het om kleine struikpartijen in stadstuinen.
Plaatsen waar tussen 2-30 bomen stonden aangeplant, bleken dan weer voldoende om typische boomsoorten zoals de Buxusrenspin (Philodromus buxi), de Schorsdwergspin (Moebelia penicillata), de Witrugzakspin (Clubiona leucaspis), de Boomzesoog (Segestria senoculata), de Boomstammierspin (Micaria subopaca) en de Schorszebraspin (Salticus zebraneus) te herbergen. Dit feit laat vermoeden dat het voedselaanbod in deze "kleine biotopen" niet fundamenteel verschilt van meer natuurlijke situaties.

 

Opwarming klimaat

We menen in deze studie enkele indicaties voor klimaatsopwarming in onze streken te ontwaren:
- De opvallende vondst van twee spinnensoorten (de Huismuursluiper of Scotophaeus scutulatus en de Gewone Dwergzesoog Oonops pulcher) onder schors van Plataan kunnen wijzen op een wijzigende habitatvoorkeur. Bij ons zijn deze soorten bekend als uitgesproken gebonden aan een menselijke omgeving en voorkomend in en aan huizen. In het zuiden van Europa komen deze soorten ook buitenshuis (onder boomschors) voor. Het feit dat ze nu ook bij ons buiten worden gevonden, zou dus kunnen te wijten zijn aan een temperatuursstijging. Meer vangsten van deze soorten buitenshuis en buiten de stad kunnen duidelijkheid brengen rond het feit of dit fenomeen niet samenhangt met de hogere temperatuur in steden.
- De Marmertrilspin (Holocnemus pluchei) is een mediterrane trilspinsoort die in het Antwerpse havengebied is ingeburgerd. Daar wordt ze zowel aan gebouwen als in putten langs de wegkant in grote aantallen gevonden. De soort heeft er op verschillende plaatsen reeds de inheemse Grote Trilspin (Pholcus phalangioides) verdrongen. Er werd voorspeld dat de Marmertrilspin haar areaal buiten de Antwerpse haven zou uitbreiden en dat blijkt ook te gebeuren. Tijdens voorliggend onderzoek werd ze aangetroffen op twee plaatsen in de binnenstad. Het feit dat deze soort relatief recent voet aan grond heeft gekregen in ons land, kan te maken hebben met de gestegen temperatuur. Het vermoeden bestaat immers dat de soort al vele decennia en misschien wel honderden jaren vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika bij ons wordt ingevoerd.
- Opvallend was ook de vangst van nogal wat soorten die bij ons hun noordelijke verspreidingsgrens hebben.

 

Beleidsadvies

Hoewel het onderzoek zich in de 2e fase nog uitbreidt naar de zone tussen leien en Singel en er bovendien een vergelijkend onderzoek wordt opgestart in de binnenstad van Gent, hebben we toch al een belangrijk beleidsadvies aan de Stad Antwerpen gericht. De ontdekking dat kleine groene eilandjes zoals struikpartijen, boomaanplantingen en braakliggende terreinen cruciaal zijn voor de spinnendiversiteit is een belangrijk argument voor het behoud van deze "habitats" in de stad. De aanwezigheid van een gevarieerde spinnenfauna impliceert bovendien de aanwezigheid van andere organismen die de spinnen tot prooi dienen. Tegenover de beperkte kosten voor behoud en eventuele aanleg van deze "kleine eilandjes" kunnen dus grote (biodiversiteits)baten staan. De Antwerpse schepen voor Leefmilieu (Erwin Pairon, Groen!) verklaarde rekening te zullen houden met de resultaten van dit onderzoek bij het beheer van stadsgroen.

 

En daarna de 2e fase!

Voor de tweede fase werd we de medewerking van de Antwerpse bevolking gevraagd. Meer dan 200 gezinnen nodigden ons "Spider Search Team (SST)" uit om naar spinnen te zoeken in hun stadstuinen. Het SST bestaat uit 4 arachnologen die verschillende vangstmethodes toepassen. De mensen van wie de tuin werd onderzocht kregen achteraf een lijstje met de soorten die bij hen thuis werden aangetroffen. Ook alle parken en vele andere groene delen in het afgebakende gebied werden onderzocht. De 2e fase ging van start in april 2006 en liep tot midden 2008.

Het bestuur van de stad Antwerpen verleende ons een speciale toelating om stadseigendommen te onderzoeken en de politie werd op de hoogte gebracht om misverstanden (bvb. bij het nachtelijk zoeken aan gebouwen) te vermijden.

In Gent startten enkele andere leden van de Belgische Arachnologische Vereniging met een gelijkaardig onderzoek, zodat resultaten van deze twee steden kunnen worden vergeleken.

De resultaten van het ASOP werden gepubliceerd in gespecialiseerde wetenschappelijke bladen*.

Voor meer info kan u terecht bij:
Koen Van Keer
Coördinator Antwerps spinnenonderzoeksproject (ASOP)
[T] 0032/(0)3 226 76 01
koen.vankeer@telenet.be

 

*
Van Keer, K. & Van Keer, J., 2005. The spiders of Antwerp inner city: faunistics and some reflections on ecology. Nwsbr. Belg. Arachnol. Ver. 20(3):81-90.
Van Keer, K. & Van Keer, J., 2006. Verrassende spinnenrijkdom in Antwerpse binnenstad. Kapstok voor ecologisch beheer van stedelijk groen. Natuur.focus 5(1):11-15.
Van Keer, K., Van Keer, J., De Koninck, H. & Vanuytven, H., 2007. 'Another Mediterranean spider, Cheiracanthium mildei L. Koch, 1864 (Araneae: Miturgidae), new to Belgium', Nwsbr. Belg. Arachnol. Ver. 22(2):61-64.
VAN KEER, K., H. & VANUYTVEN, H., 2009. 'Verschillen in spinnenfauna (Araneae) tussen Antwerpen-stad en haar wijdere omgeving: een poging tot verklaring', ANTenne, Oktober-December 2009, jaargang 3, nr. 4.
VAN KEER, K., DE KONINCK, H., VANUYTVEN, H. & VAN KEER, J.,2009. 'Spiders as bio-indicators: Microhabitat spider fauna specificity within an Antwerp former monastery garden', Nwsbr. Belg. Arachnol. Ver., Vol. 24, No. 3, 85-88.
VAN KEER, K., VANUYTVEN, H., DE KONINCK, H. & VAN KEER, J.,2010. 'More than one third of the Belgian spider fauna (Araneae) found within the city of Antwerp: faunistics and some reflections on urban ecology', Nwsbr. Belg. Arachnol. Ver., Vol. 25, No. 2, 160-180.

 

 

 

 

 

(c) SST