Antwerps Spinnenonderzoeksproject
Home  |  Nieuws  |  Info & Resultaten  |  Sponsors  |  Contact  |  Links  |     

 

 

Nieuws

Midden 2008 werd het onderzoek naar de spinnen in Antwerpen afgerond
In 2013 kon toch nog een 250ste soort aan de lijst toegevoegd worden!

2/01/2008 - Het ASOP gaat zijn laatste jaar in!
In 2008 wordt het Antwerpse SpinnenOnderzoeksProject afgesloten. Naast nog een aantal bemonsteringen in het voorjaar, zal het leeuwendeel van het werk gebeuren rond de verwerking van de verzamelde gegevens. Enkele grote lijnen en voorlopige resultaten zullen al bekend worden gemaakt in het voorjaar van 2008. De volledige resultaten en analyses zullen worden voorgesteld op het 24th European Congress of Arachnology te Bern (Zwitserland, 25-29/8/08).
In het najaar worden dan op basis van de ASOP-resultaten officieel aan de Stad Antwerpen een aantal beleidssuggesties gedaan rond ecologisch beheer van stadsgroen. Naast deze concrete toepassing, zal het onderzoek ongetwijfeld nog zijn nut hebben voor vorsers die de ecologie van sterk verstedelijkte gebieden onderzoeken. Het ASOP vormt door zijn grondige uitvoering een stevige basis voor de kennis van de arachnologische biodiversiteit van West-Europese steden. In 2008 zal het ASOP ook als wetenschappelijke basis dienen voor een biodiversiteitsproject dat uitgaat van de stad Antwerpen, waarover later meer.

10/09/2007 - Nieuwe spinnensoort voor de wetenschap wordt naar ASOP genoemd!
Als voorlopige kers op de taart van de talrijke interessante en nieuwe spinnenvondsten in het Antwerpse Spinnenonderzoeksproject (ASOP), is nu ook een nieuwe soort voor de wetenschap gevonden. Het gaat om een kogelspin van het genus Theridion.
De volledigheid gebied ons te zeggen dat de spin weliswaar reeds meerdere keren op verschillende plaatsen is gevonden, maar ze werd tot nu toe nog niet officiëel beschreven en heeft dus ook nog geen definitieve naam. Onze medewerker Herman Vanuytven vond de mysterieuze spin nu ook in Antwerpen en is van plan het dier wetenschappelijk te beschrijven en te noemen naar het ASOP! Zij zal de naam Theridion asopi krijgen. De uitgang "i" is een Latijnse vervoeging die "van" betekent, dus letterlijk: de Theridion van het ASOP. Bij die benaming hoort ook nog het jaartal van de beschrijving en de naam van de persoon die de spin het eerst beschreef. De volledige naam wordt dan zoiets als Theridion asopi Vanuytven, 2007. Zo'n wetenschappelijke beschrijving verschijnt dan in een internationaal gereputeerd vakblad en moet daarna nog een evaluatie doormaken alvorens algemeen te worden aanvaard. De Nederlandse naam van de spin is Kierkogelspin omdat ze vaak wordt gevonden in kieren van rotsen en stenen muren.
De soort was tot nu toe vooral bekend van stenige omgevingen zoals steengroeven in de Ardennen. In Antwerpen toont de verspreidingskaart (zie
kaartje) voorlopig dat de spin in de onmiddellijke omgeving van spoorwegen leeft. Dat zou er kunnen op wijzen dat ze is ingevoerd via het spoorwegbalast (de stenen tussen en naast de sporen).
 


Gewoon op het uiterlijk is de soort niet te onderscheiden van algemenere kogelspinnen als de Huiskogelspin (Theridion melanurum) of de Donkere kogelspin (Theridion mystaceum), die beide ook in Antwerpen voorkomen.
Onnodig te benadrukken dat we blij zijn om het feit dat het ASOP op deze manier wordt vereeuwigd!

Herman Vanuytven is ook de auteur van het boek "SPINNEN - Leven op acht poten" (uitverkocht)

16/05/2007 - Vierde nieuwe soort voor België in Antwerps spinnenproject
Op 28 april 2007 werd in de tuin van het voormalige klooster aan de Lange Kongostraat een volwassen vrouwtje aangetroffen van Cheiracanthium mildei. Deze soort heeft nog geen Nederlandse naam omdat het de eerste keer is dat ze in ons land is gevonden. In het Engels noemt men haar Yellow sac spider, maar aangezien de spinnen van het genus Cheiracanthium bij ons Spoorspinnen worden genoemd, zou een toepasselijke Nederlandse naam Gele spoorspin kunnen zijn.

De Gele spoorspin is van oorsprong een soort uit het Middellandse zeegebied, maar werd in 1949 voor het eerst aangetroffen in de Verenigde Staten (waar ze dus was ingevoerd). Nu komt ze er algemeen voor en zoekt er dikwijls menselijke bewoning op. Dat komt alvast overeen met de vindplaats in Antwerpen, want hoewel de kloostertuin een echte oase van groene rust is, is hij natuurlijk wel gelegen in het dichtbevolkte Antwerpen-Noord.

De vondst van deze spin lijkt het zoveelste geval van een zuiderse spinnensoort die haar verspreidingsgebied noordelijk uitbreidt. In Duitsland komt ze voor in de zuidelijke helft van het land. In Nederland werd ze voor zover bekend nog niet aangetroffen. Het feit dat we in Antwerpen vele soorten aantreffen die als eerder zuidelijk voorkomend kunnen omschreven worden, heeft mogelijk ook te maken met de hogere temperatuur in grootsteden. De gemiddelde temperatuur ligt daar toch al snel een 2-tal graden hoger dan elders.

23/02/2007 - Ook spinnen zijn natuurlijke barometer
De warme winter toont zich in de natuur op allerlei manieren. Het opvallendste fenomeen is voor de meeste mensen waarschijnlijk de bloei van planten en bloemen die dat normaal pas over enkele maanden doen. Ook bij de spinnen merken we een hogere activiteit dan tijdens koude winters. Veel meer exemplaren weven nog steeds een web terwijl ze anders onbeweeglijk op een beschutte plek proberen de winter door te komen. Gelukkig zijn er ook meer prooidieren actief, zodat de spinnen nog iets kunnen vangen.

Eén van de opvallendste vaststellingen in dit verband, is de vondst op 23 februari, van een volwassen vrouwtje van de Grote Steatoda (Steatoda grossa) aan de buitenmuur van een Antwerps gebouw. Dit is helemaal opvallend omdat de Grote Steatoda, nog meer dan vele andere spinnensoorten, een spin is die warmte nodig heeft. In onze streken zoekt ze die meestal binnenshuis. De Grote Steatoda is een uit zuidelijke streken ingevoerde soort. De prooien en de vervellingen in het web van dit Antwerpse exemplaar suggereren dat de spin er al een hele tijd leeft. Het exemplaar werd voor onderzoek meegenomen.
 

Op de foto ziet men ook nog een gevangen exempaar van het Veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje (Harmonia axiridis), een ingevoerde keversoort. Het beeld toont dus een exoot, gevangen door een andere exoot, gevonden in de winter tegen de onbeschermde buitenmuur van een gebouw in de stad.

15/02/2007 - Ook in de winter wordt er gewerkt !
Inderdaad, het is winter, maar dit betekent niet dat we hebben stilgezeten:

Voor de interpretatie van de massa's gegevens die worden verzameld door de leden van het Spider Search Team, werd de hulp ingeroepen van twee professionele ecologen van de Universiteit Gent. Zij zijn nu reeds enthousiast over de hoeveelheid data en zijn er van overtuigd dat hieruit zeker interessante conclusies zullen kunnen getrokken worden. Met moderne computertechnieken zal zo onderandere de invloed worden nagegaan van de graad van urbanisatie (bebouwing, verstedelijking) op het aantal spinnen(soorten) dat op een bepaalde plaats wordt gevonden.

Er zijn steeds concreter wordende plannen om een tentoonstelling te organiseren rond "Spinnen in de Stad". Meer nieuws daarover volgt later, maar wat we al wel kunnen zeggen is dat de tentoonstelling waarschijnlijk volgend jaar zal doorgaan.

Het ASOP ontvangt voor 2006 een projectsubsidie van de Stad Antwerpen. Het bij Ecoké ingediende dossier werd goedgekeurd.

Op 14/2/07 werd vanuit de Vlaamse Gemeenschap (ANB) aan het ASOP advies gevraagd voor het Milieu Effecten Rapport (MER) in verband met de de 2e fase van de heraanleg van de leien. Dit toont aan dat spinnen hoe langer hoe meer een factor zijn waarmee moet rekening gehouden worden bij het ecologisch beleid op elk niveau. In dit concrete geval moesten we vaststellen dat de heraanleg van de leien, met vooral de manipulatie van de daar aangeplante Platanen, geen gevaar inhoudt voor de spinnenpopulaties van de stad Antwerpen. Natuurlijk is elke verstoring van groen geen goede zaak, maar het groen in kwestie heeft geen danige ecologische waarde dat een verstoring ervan nefaste gevolgen zou hebben voor de Antwerpse spinnenfauna.

Vanuit de milieudienst van de stad Antwerpen kwam het voorstel om een monitoring-project op poten te zetten, waarbij de spinnenpopulaties van de stad over een periode van meerdere jaren zouden opgevolgd worden om eventuele verschillen in soorten- of exemplarenaantallen te kunnen vaststellen.

Koen Van Keer kreeg het voorstel om in samenwerking met amateur-natuurfilmer Andy Dorriné een documentaire te maken over spinnen. Waarschijnlijk wordt dit een film over "Stadsspinnen". Uiteraard gaat het om een meerjarenproject.

Ondertussen worden talrijke contacten gelegd om tijdens het laatste vangstjaar (met mogelijk nog enkele uitlopers tot mei-juni 2008) zoveel mogelijk plaatsen op spinnen te kunnen gaan onderzoeken.

13/11/2006 - 200ste soort in Antwerpen!!!
Op zaterdag 11 november werd in het stadspark de 200ste spinnensoort in ons onderzoeksproject gevonden. Herman Vanuytven gebruikte de zeeftechniek (zie bladzijde "Werkwijze" op deze site) en ving op die manier enkele exemplaren van de Pantserkogelspin (Pholcomma gibbum). Het gaat om een soort die in de Rode Lijst* vermeld staat als "kwetsbaar" in Vlaanderen.
Het hoge cijfer van 200 spinnensoorten binnen de Singel in Antwerpen werd door niemand verwacht. In het gebied binnen de leien werden 108 verschillende soorten aangetroffen. Het feit dat er in het uitgebreide gebied tot de Singel meer spinnensoorten leven, heeft voornamelijk te maken met een grotere diversiteit aan biotopen. Zo is er binnen de leien geen enkel park of spoorwegterrein te vinden terwijl daar toch een aantal soorten leven die men in kleine stadstuintjes niet aantreft. Ook de afstand tot meer landelijk gebied speelt waarschijnlijk een rol, maar dat zal nog blijken na uitvoerig onderzoek.

*Maelfait J.-P., Baert L., Janssen M. & Alderweireldt M. 1998. A Red list for the spiders of Flanders. Bulletin van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Entomologie, 68, 131-142.

22/10/2006 - Krantartikel: Reformatorisch Dagblad (NL) Op spinnenjacht met paraplu

27/9/2006 - Twee nieuwe soorten voor België!
Het blijft niet alledaags dat nog soorten worden gevonden die nieuw zijn voor de Belgische fauna. België is wereldwijd immers één van de best onderzochte gebieden wat spinnen betreft. Excursies in het kader van het Antwerpse Spinnenonderzoeksproject (ASOP) zorgden echter voor de ontdekking van twee nieuwe speciale spinnensoorten:

Kochs Blinker (Heliophanus kochii)
Dit kleine spinnetje (3,5-5mm) behoort tot de familie van de springspinnen. Het is een prachtig olijfgroen gekleurd diertje dat de naam "Blinker" niet gestolen heeft, want blinken doet het wanneer het bij zonnig weer op zoek is naar een prooi. Springspinnen maken immers geen web, maar besluipen hun prooi om ze dan te bespringen wanneer het juiste moment daar is.

Deze soort staat bekend als algemeen in het zuiden van Europa, maar werd nog nooit gevonden in ons land. Ze verkiest warme, zonnige plaatsen en in Antwerpen is een kolonie aangetroffen op een zuidgerichte helling aan een verlaten rangeerstation van de Belgische Spoorwegen. Het vermoeden bestaat dan ook dat deze soort jaren geleden is meegereisd met rollend spoorwegmaterieel en een geschikt microklimaat vond tegen de warme zuidgeörienteerde helling. Het is niet de enige zuiderse soort die we op Antwerpse spoorwegterreinen vonden, maar wel de enige nieuwe soort tot nu toe.

Klimopdwergzesoog (Tapinesthis inermis)
Ook dit minuscule spinnetje (2mm) stond tot voor kort bekend als een eerder zuidelijk voorkomende soort, die meer noordelijk in Europa enkel in huizen zou voorkomen. Die bewering was ondermeer gebaseerd op de enige vangst van één exemplaar in een huis in Nederland. Wat blijkt nu uit de Antwerpse vangsten? Deze soort zit in bijna elke enigszins dichtbegroeide klimopplant over het hele Antwerpse gebied binnen de Singel. We vonden reeds een negentigtal exemplaren op 10 verschillende locaties!! Zes daarvan bevinden zich binnen de singel, de andere in Deurne, Borsbeek en Wommelgem. Als de soort werd ingevoerd, dan moet dat met een dergelijke verspreiding waarschijnlijk al enkele honderden jaren geleden zijn. Het vermoeden bestaat dat de Klimopdwergzesoog zich verspreidt door met vogels mee te reizen.

Het is niet zo verwonderlijk dat dit spinnetje tot nu toe nog niet werd gevangen in ons land. Niet alleen kijkt men er vlug over, maar ook de habitat waarin ze zich blijkbaar goed thuisvoelt werd tot nu toe weinig of niet onderzocht. Het is ook mogelijk dat de soort vooral voorkomt in de omgeving van mensen, en die omgeving werd altijd maar stiefmoederlijk onderzocht door spinnendeskundigen. Dat was trouwens één van de redenen waarom met het Antwerpse spinnenonderzoek werd gestart.
Eén van de Antwerpse onderzoekers (Herman Vanuytven) heeft zich vastgebeten in de studie van de verspreiding en de habitat van deze soort en werkt aan een wetenschappelijk artikel hierover voor een gereputeerd internationaal arachnologisch tijdschrift.
Ondertussen stapelen de interessante vondsten in Antwerpen zich op...

Krantartikels:
Het Laatste Nieuws
Biologen ontdekken nieuwe soorten spinnen in Antwerpen
Gazet van Antwerpen Spinnenspeurders ontdekken twee nieuwe soorten

26/7/2006 - Wettelijk beschermde Tijgerspin in oude Antwerpse kloostertuin
Tijdens een staalname op 21 juli in de tuin van een verlaten Antwerps klooster, vonden we een koppeltje van de
Tijgerspin (Argiope bruennichi). Deze opvallende spin wordt ook wel Wespspin genoemd omwille van het geel-wit-zwarte strepenpatroon op haar achterlijf, wat haar een wespachtig uiterlijk geeft.
De Tijgerspin maakt een wielweb, meestal vrij laag bij de grond in grassen. Haar sterke web en de grote hoeveelheid spinsel die ze gebruikt bij het inspinnen van prooien, maken dat ze zelfs grote en sterke insekten zoals libellen en sabelsprinkhanen de baas kan. Deze spin kwam al heel lang voor in Zuid-België, maar heeft haar verspreidingsgebied de voorbije tientallen jaren razendsnel naar het noorden uitgebreid. Momenteel komt ze al een heel eind noordelijk in Nederland voor. Ze wordt dan ook gezien als een duidelijk voorbeeld van fauna wier areaal zich onder invloed van de opwarming van het klimaat noordelijk uitbreidt.
Hoewel deze spin de voorbije jaren duidelijk algemener is geworden, is zij wel één van de vier wettelijk beschermde spinnen in Vlaanderen (Koninklijk Besluit van 22.09.1980 horende bij de Wet op het Natuurbehoud (12.07.1973)). Het is dus onder andere verboden om haar te doden, in gevangenschap te houden en haar leefgebied te verstoren.

5/7/2006 - Unieke vondst van zuiderse springspin in Zurenborgse tuin
Op 17 juni vond het Spider Search Team tijdens een onderzoek van een grote tuin (750m2) in het Berchemse gedeelte van de Antwerpse wijk Zurenborg, een vrouwelijk exemplaar van de Ovale Dennenspringer (Macaroeris nidicolens). Deze behoort tot de familie van de springspinnen, waarvan er in ons land een 50-tal soorten gekend zijn. Springspinnen maken geen web, maar zoeken hun prooi met hun grote ogen en besluipen ze tot ze dicht genoeg genaderd zijn om een sprong te wagen. Onmiddellijk bijten ze de prooi en injecteren hun gif. Deze spinnen maken zich vóór hun sprong altijd vast met een soort veiligheidsdraad in het geval ze zouden vallen of de prooi zou proberen wegvliegen.
De vondst van de Ovale Dennenspringer is nog maar de tweede voor België (de eerste was in de Ardennen). Het gaat om een soort die in het zuiden van Europa algemeen voorkomt en de kans is dan ook reëel dat het Zurenborgse exemplaar is meegereisd met bagage op een zuiderse reis. Onlangs nog werd ook in Nederland voor het eerst een wijfje van deze soort gevonden in een tuin van een vrouw die pas terug was van een reis naar Spanje. Ook in Duitsland is de soort slechts van één locatie gekend.

Op 6 juni 2007 werd een mannetje gevonden in een andere tuin enkele honderden meters verwijderd van de vorige.

13/6/2006 - De Nistrilspin gevonden op de NMBS-terreinen Schijnpoort en Ellerman
Tijdens het leegmaken (op 6 juni) van de bodemvallen op het terrein Schijnpoort werden door enkele leden van het Spider Search Team ook handvangsten uitgevoerd. Het was Herman De Koninck die in een lading stenen het eerste exemplaar vond van Pholcus opilionoides ofte Nistrilspin. Bij nader onderzoek werden tientallen exemplaren gevonden. Het gaat hier om de 2de vangst voor België. De eerste vangst werd gedaan in 2003 door een ander SST-lid (Koen Van Keer) aan een bedrijf in het Limburgse Genk. Toen was men er niet zeker van of het ging om ingevoerde exemplaren, danwel om een natuurlijke uitbreiding van het verspreidingsgebied (de soort is vrij algemeen in Frankrijk en Duitsland).
In het geval van Schijnpoort lijkt het vrij duidelijk dat het om meegebrachte exemplaren gaat. Zijn ze meegekomen met de stenen of met de houten paletten die waarschijnlijk al op vele plaatsen hebben gestaan? Het is moeilijk te bepalen. Vast staat dat de Nistrilspin een uur later ook werd aangetroffen op een ander NMBS-terrein, nl. naast de Ellermanstraat. Daar werd ze gevonden op een houten palet en tussen oud puin. De Nistrilspin is al de vijfde exotische trilspin die in Antwerpen wordt aangetroffen. In 2001 werden in de Antwerpse haven al vier andere soorten uit verschillende streken in de wereld gevonden.
(Genoemde terreinen zijn niet toegankelijk voor het publiek, maar het Spider Search Team kreeg via verschillende instanties toelating om ze arachnologisch te onderzoeken).

13/6/2006 - De Oranje mierenjager, het broertje van de Sepia mierenjager, heeft ook zijn stek in Antwerpen!
De vondst van de Sepia mierenjager (Zodarion rubidum) in Antwerpen was een hele verrassing omdat dit een zuiderse soort is. Dat we echter nog een tweede soort van hetzelfde genus zouden vinden, nl. de Oranje mierenjager (Zodarion italicum) hadden we nauwelijks kunnen verwachten. Ook deze soort hoort thuis in het zuiden van Europa maar werd al een paar maal in België gevonden. Beide soorten werden in Antwerpen op spoorwegterreinen en -bermen gevonden. Daarom vermoeden we dat ze ofwel werden meegevoerd met de rotsstenen die gebruikt worden ter versteviging van de sporen of met de treinen zelf.
De spin leeft op warme plaatsen op de grond en gaat s'nachts op jacht naar mieren. Overdag schuilt ze in een kleine "iglo" die ze maakt van zand- en steenpartikels onderaan stenen.

25/5/2006 - ATV-Nieuws: 25/5/2006 - Spider Search Team brengt spinnenpopulatie in kaart

25/5/2006 - Antwerpen Apart: Antwerpen zoekt spinnen

24/5/2006 - VRT Nieuws.net: Antwerpen gaat opnieuw spinnen vangen

24/5/2006 - De Standaard: 'Spider Search Team' kampt 200 tuinen uit

21/5/2006 - Het SST begint met het onderzoek van de stadstuintjes
Op 21 mei startte het Spider Search Team (SST) met het onderzoek van de stadstuintjes. Meer dan 200 gezinnen boden aan hun tuin te laten onderzoeken door het SST. Dit zijn er veel meer dan verwacht en het zal zeer moeilijk worden ze allemaal te bezoeken in een tijdspanne van twee jaar.

14/5/2006 - De Sepia mierenjager werd gevonden!
De Sepia mierenjager oftewel Zodarion rubidum werd gevonden op meerdere plaatsen langs de spoorweg. Dit zeer ongewone spinnetje heeft zijn thuishaven in het zuiden van Europa. In verschillende Europese landen werd het aangetroffen op spoorwegbermen. Vermoedelijk werd ze meegevoerd met de rotssteentjes die gebruikt worden ter versteviging van de sporen.

11/4/2006 - De tweede fase van het ASOP gaat van start
Het SST begint met het onderzoek van de spoorwegbermen naast de Singel. Er wordt veel verwacht van deze bermen omdat ze een heel apart biotoop vormen. Ze worden zeer weinig verstoord en doordat ze vrij door de zon beschenen kunnen worden zijn ze warmer dan de meeste andere plaatsen.

 

(c) SST